Onderwijs is logge mammoettanker

Niet de roep om meer salaris of de werkdrukverlichting, maar de leerling zou centraal moeten staan tijdens de onderwijsacties, schrijft onderwijsadviseur Margreet Kamman.

In de jaren zeventig pleitte onderwijsminister Van Kemenade voor de invoering van de Middenschool, als vervolg op de lagere school. Een initiatief om de kansenongelijkheid te verkleinen: kinderen uit arbeidersmilieus kregen tot die tijd nog te weinig kansen om door te stromen naar hogere niveaus van VO. Mijn inziens wilde hij de calvinistische cultuur van ‘een dubbeltje wordt nooit een kwartje” doorbreken. Het werd geen succes. Grootste reden hiervan was dat het in strijd zou zijn met de Vrijheid op Onderwijs. 50 jaar later vermoed ik een stevige lobby van de ‘hogere klasse’. Misschien onbedoeld en onbewust. Maar hadden de ouders uit de arbeidersklasse destijds een stem? Hadden de leerlingen die twijfelden of HBS een mogelijkheid was een stem? Ik vermoed van niet.

Verborgen kansenongelijkheid

Vanaf 2015 zie je een parallel proces ontstaan nu huiswerkinstituten en cito-oefenweken worden aangeboden, zowel op internet als door scholen gefaciliteerd.

Kinderen kunnen zo getraind worden om hoger te scoren bij cito-toetsen. Immers; vanaf groep 6 tellen alle cito-toetsen mee in de plaatsingswijzer, waarbij begrijpend lezen en wiskunde de grootste indicatoren zijn. Ik heb heel wat gekleurde Excel-lijsten gezien in mijn tijd als groep 8 leerkracht en later als lid van plaatsing- en adviescommissies.

Wat massaal gebeurt, maar waar we liever niet over praten, is dat kinderen van ouders met meer geld en een grote(re) betrokkenheid bij de educatie van hun kind, massaal bijlessen regelen, remedial teachers invliegen en huiswerkinstituten inschakelen.

En Dat Klopt Niet. Als onderwijsprofessional schaam ik me daar kapot voor. Nederland als kennismaatschappij wordt daarmee een lachertje. We laten ongekend veel talent liggen terwijl we donders goed beseffen dat we voor onze spannende toekomst alle dwarsdenkers, friskijkers en muiters keihard nodig hebben. Onderwijs zou voldoende steun, sturing en inspiratie moeten bieden aan iedere leerling, ongeacht cognitief niveau of irritante puberfase waarin hij of zij verkeert.

Een speurtocht op internet levert mij het inzicht dat geen enkel West-Europees land een scheiding aanbrengt in cognitieve capaciteiten en schoolsystemen, let wel: op hetzelfde moment! In Duitsland gaan kinderen van 10 jaar al naar het VO waar zij dan 6 tot 8 jaar blijven. Wel zo prettig om dit te doen voordat de hormonale pleuris uitbreekt. In België wordt het vakkenaanbod steeds smaller en intensiever naarmate kinderen ouder worden. Lijkt me voor veel kinderen erg fijn om ruimte en tijd voor talentontwikkeling te hebben. In Frankrijk zie je een soortgelijke opbouw van schoolsysteem binnen Primaire, College en Lycée. En dan onze Scandinavische voorbeelden: kinderen gaan naar de basisschool tot en met hun 16e, waarbij zij de laatste jaren meer en meer les krijgen van vakdocenten.

 

 

 

Een bekentenis

Dan maar terug naar de basisvorming van 1993? Nee, natuurlijk niet. Vmbo’ers gingen daar massaal ten onder aan de theoretische didactiek. Vwo’ers misten juist cognitieve uitdaging en onderpresteren lag voortdurend op de loer. Inmiddels weten we veel meer van het Tienerbrein en hun specifieke onderwijsbehoefte, met name in onderbouw van VO. Als IMYC-trainer kom ik op veel VO-scholen en Tienerscholen die onderwijsinhoud en -systeem op een andere manier vorm geven. Ik zie docententeams met lef en deskundigheid. Teamleiders en directeuren die grenzen opzoeken en daarmee alle potentieel inzetten, van zowel leerling als leerkracht. Vaak met het motto “als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg”. Blijkbaar realiseren zij zich dat de toekomst van hun leerlingen er anders uitziet dan die van henzelf en geven ze dat heel bewust vorm. Vanuit het besef dat kinderen volop in ontwikkeling zijn, hun hersenen continue verbanden leggen en zij grip willen krijgen op de wereld om hen heen, durven zij onderwijs opnieuw vorm te geven.

Leerkrachten en docenten praten weer over hun prachtige vak: kinderen begeleiden in hun weg naar volwassenheid. Niet voor niets zijn verbetertools als Stichting Leerkracht en Scrum de laatste jaren populair in onderwijsland. Niet voor niets staan leraren in de rij wanneer er een functie beschikbaar is op een innovatieve school. Leraren willen dolgraag meer en beter kijken naar de ontwikkeling van hun leerlingen. Maar nu komt een trieste bekentenis: dat kunnen we niet in Nederland. Of beter gezegd; ons onderwijssysteem kan dit niet aan. Het zijn logge mammoettankers verworden waarin ik collega’s heb zien afbranden.

 

Niet de roep om meer salaris of de werkdrukverlichting zou een thema moeten zijn tijdens de staking op 6 november maar de enorme noodzaak om onderwijsorganisaties te laten aansluiten bij wat menig leraar drijft: van betekenis zijn voor hun leerling.

 

Met de opkomst van Tienerscholen, die een weg vrijmaakt voor onderwijs van 0 tot 18 en een brug slaat naar IKC’s, is er veel mogelijk. Onderwijsbestuurders, -directeuren en -docenten zijn in gesprek en zien mogelijkheden. Laten we het niet bij praten en netwerken houden. Het jaar 2020 staat voor de deur: Het is tijd om door te pakken en de onderwijssystemen van binnenuit te veranderen!

 

27 oktober 2019

Margreet Kamman, Stichting Nieuw Onderwijs

Andere berichten

Blogs

Tienertoer sessie 2

STEL JE BENT Leraar PO/VO Projectleider of werkgroeplid Bestuurder of schooldirecteur Leerling of ouder/verzorger Beleidsmedewerker Wethouder of gemeenteambtenaar EN JE WILT EEN 10-14 INITIATIEF STARTEN,

Lees verder »
Blogs

Tienertoer sessie 1

STEL JE BENT   Leraar PO/VO Projectleider of werkgroeplid Bestuurder of schooldirecteur Leerling of ouder/verzorger Beleidsmedewerker Wethouder of gemeenteambtenaar EN JE WILT EEN 10-14 INITIATIEF

Lees verder »